Het boek is onderverdeeld in vijf hoofdstukken die de vijf belangrijkste periodes van zijn korte leven, hij werd slechts 53 jaar, markeren. Het boek bevat veel informatie en citaten maar leest toch als een trein. Jan Schaefer was een kleurrijk politicus. Zijn uitspraak ‘in gelul kun je niet wonen’ deed hij in de Tweede Kamer. Deze uitspraak werd later vervangen door ‘in geouwehoer kun je niet wonen’. Hij woonde bijna zijn hele leven in Amsterdam. Jan Schaefer had een uitgebreid netwerk. Onder zijn netwerk bevonden zich naast politici ook bekende Amsterdammers als Maup Caransa en Lou Lap. Ik heb geen moment de neiging gehad het boek weg te leggen en zal hier in het kort iets weer geven uit Louis Hoeks – Jan Schaefer.

Louis Hoeks - Jan Schaefer

Jan Schaefer de banketbakker

Jan Schaefer werd geboren in 1940. Zijn vader was banketbakker en Jan zou na de lagere school en een jaar ULO eveneens de opleiding tot banketbakker volgen. Dit deed hij intern bij de paters van de Bisschoppelijke Nijverheidsschool in Voorhout. Na zijn diploma ging hij aanvankelijk bij zijn vader werken. Tussen vader en zoon boterde het niet en al snel zou Jan bij een andere baas gaan werken. Ook tijdens zijn politieke loopbaan zou nog menigmaal in de bakkerij te vinden om onder andere tompoezen voor familie en vrienden te maken.

Louis Hoeks - Jan Schaefer

Jan Schaefer’s politieke keuzes

Jan is het langst lid geweest van de PVDA maar hij begon als aspirant lid bij de JOVD. Vervolgens werd hij lid van CPN en nadat hij actief was geworden binnen de Voedings- en Genotsmiddelenbond stak hij over naar de PVDA. Inmiddels was hij getrouwd en woonde hij samen met zijn vrouw in de Pijp, een wijk in Amsterdam. Hij werd actief in de Werkgroep De Pijp en kwam in opstand tegen de verkrotting en sloop van oude Amsterdamse woonwijken.

Louis Hoeks - Jan Schaefer

Jan Schaefer en volkshuisvesting

Woningnood was er nog in de jaren zestig van de vorige eeuw. Jan Schaefer sympathiseerde met de krakers die leegstaande woningen kraakten om zo aan woonruimte te komen. Hij pleitte naast de renovatie van de oude woningen ook voor de bouw van betaalbare woningen om zo de woningnood terug te dringen. In 1971 werd hij lid van de Tweede Kamer. Samen met Marcel van Dam werd hij later staatssecretaris op het departement Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en ging hij zich bezig houden met stadsvernieuwing en huurbeleid. Na een aantal jaren als Tweede Kamerlid keerde hij terug naar Amsterdam en ging daar verder als wethouder op Volkshuisvesting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *